Ieder werk van Maartje ontstaat vanuit verwondering over vanzelfsprekende dingen. Platanen langs de d979 in Frankrijk, rotspartijen op Corsica, het uitzicht vanuit haar atelier. Ze vragen onweerstaanbaar om haar aandacht zonder dat op dat moment duidelijk is waarom.
Al creërend probeert Maartje - in houtskooltekeningen, schilderijen, keramiek en fotografie - haar verwondering te doorgronden, waarbij zij associatief te werk gaat. "Ik volg als het ware mijn eigen motoriek. Op een gegeven moment stap ik naar achteren en denk ik; 'Waar heb ik dat besloten...Wanneer is het die kant opgegaan?...Wat is dit?'." Er volgt een spannend samenspel tussen de intuïtie en het intellect dat voortdurend probeert te verklaren. Wanneer Maartje voelt dat de fascinatie voorbij is en het denken de overhand krijgt, is het einde van een cyclus bereikt. "Als het begrip overheerst, ga je het erop aanleggen, terwijl ik juist de vrijheid wil houden om me af te vragen waar een werk over gaat."
Achteraf blijkt Maartjes verwondering steeds terug te brengen tot fascinatie voor natuurlijke processen, die zich manifesteren in de dingen om haar heen. Vragen over ontstaan, ontwikkeling, groei en eeuwigheid ten opzichte van kortstondigheid. Zo leidde de fascinatie voor rotspartijen tot een serie experimentele keramiek waarin zij het verschijnsel zwaartekracht onderzoekt.

Tekst: Maaike Drescher